“Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.”
Handelingen 2:46-47.
Wie wordt niet enthousiast bij het lezen van dit Bijbelgedeelte. Het beschrijft de droomstart van de eerste gemeente. Even was de bevolking echt blij met aanwezigheid van de kerk. De mensen zagen het duidelijk; de maatschappij is aan het veranderen sinds de kerk bestaat. Elke dag waren er weer nieuwe mensen die lid wilden worden. Die eerste gemeente was ‘booming’. Het was voor de mensen een goed antwoord op het leven onder de Romeinen. Het was de opmars van een alternatieve samenleving waar geloof, hoop en liefde de drijfveer werden. Wie wilde daar nu niet aan meedoen? Dagelijks voegden mensen zich tot de gemeente.
De realiteit is vandaag anders; de kerken lopen leeg. Het is bepaald niet ‘hot’ om bij de kerk te horen. Wat ging er mis? Natuurlijk kunnen we de vraag kort beantwoorden met de opmerking dat de duivel zijn werk doet en een effectief antwoord op kerkgroei heeft gevonden. Ongetwijfeld is dit waar. Toch is het aanmatigend om het hier bij te laten. De Heer in wie wij geloven is toch ‘Overwinnaar’? Laten wij kijken naar wat de christenen van het eerste uur deden waardoor het zo’n aantrekkingskracht had.
“Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.”
Handelingen 2:42.
Er worden in dit gedeelte vier kenmerken opgesomd die blijkbaar belangrijk waren voor de geestelijke gezondheid. Ten eerste waren de christenen trouw aan hetgeen ze van Jezus en de apostelen leerden. Vandaag zijn we niet meer in de gelegenheid om bij een meningsverschil even bij Petrus aan te kloppen en te vragen hoe Jezus het nu precies had bedoeld. Toch kunnen we trouw blijven aan het onderwijs door de Bijbel als gezaghebbend boek te hanteren en daar onze richtlijnen uit te halen. De verleiding is groot om een fan van een of ander theoloog te worden, maar onze primaire richtlijn blijft de Bijbel.
Ten tweede vormden ze met elkaar een gemeenschap. De eerste christenen deelden veel met elkaar en wisten zich met elkaar verbonden. Ze spraken over “wij” als het over de gemeente ging. Volgens mij mogen we hard aan de slag om het ‘wij–gevoel’ weer sterk te krijgen. Het is hiervoor nodig dat er een duidelijke signatuur komt waar je jezelf aan kunt verbinden of evt. juist niet. In ieder geval is het spreken over “zij” van de gemeente geen teken van grote verbondenheid.
Ten derde braken ze het brood. Dit duidt op het vieren van het avondmaal. Niet 1x in de maand op de zondagochtend maar gewoon als ze met broeders en zusters aan tafel gingen. Het was hun ‘lifestyle’ om met elkaar het geloofsgesprek te voeren en zich met elkaar te verbinden door samen aan Jezus te denken. Zijn weg tot aan het kruis en de opstanding. Voor een vitale gemeente anno 2011 is het nodig om in het gewone leven van alledag vrijmoedig het geloof in Jezus te delen.
Tenslotte wijdden de eerste christenen zich aan gebed. Je kunt natuurlijk leuk met elkaar over Jezus praten maar het geloof begint simpel bij het praten met Jezus. Zonder het gebedsleven van ieder afzonderlijk ontstaat er geen gemeente van gelovigen. Dus was het super om weer een gebedsweek met elkaar te hebben. Bij het item ‘Nieuws’ op deze website vindt u hier enkele impressies van.
Het is mijn gebed dat we ons mogen laten inspireren door de eerste gemeente en dan uitzien naar wat de Heer gaat doen.
Erik van Duyl