Getuigenissen

Iemand die wordt gedoopt in de Parkkerk, geeft vaak eerst een getuigenis waarom hij of zij graag wil worden gedoopt. Hieronder staan een paar van deze getuigenissen van de afgelopen jaren.

Doopgetuigenis Oeds Nicolai – 20 september 2009
“Vier weken geleden heb ik jullie verteld dat wij nog even weggingen. We zijn nu weer terug, allemaal goed gelukt. De weg, daar heb ik wel wat mee, beroepshalve. Toen Jezus mij gevonden heeft was ik ook onderweg, alweer een tijdje terug. Zijn tekenen heb ik ook onderweg gezien. En onze laatste reis van twee en een halve week, van Richt en mij, was ook onderweg natuurlijk en in die twee en een halve week is er wel het een en ander gebeurd.

We gingen op weg met het idee, gewoon lekker op vakantie, dan heb ik de tijd om wat dingen door te nemen, voorbereiding te doen. Maar ja, dopen, hoe bereid je je daar op voor? Nog niet eerder gedaan dus….

Er was een onrust in mij, net of je iets kwijt bent maar je weet niet wat. Je wilt wel zoeken maar je weet niet waar. Dan gaan er nog wel eens wat dingetjes mis want het wil niet helemaal lekker, het voelt niet goed en weet ik wat allemaal. Uiteindelijk in de tweede week kwam dat tot een hoogtepunt en knapte er iets. Toen was ik ook onderweg want ik moest even een blokje om, dus ik ben even een stukje gaan rijden. Nou ja; klaar. Ik kwam op een gegeven moment in een plaats bij een kerkhof langs waar we al eens eerder waren geweest, mooi kerkhof, ligt op een heuveltop en toen zei iets: je moet terug. Ja maar, en dan. Nee je moet terug, je moet nu terug! Dus ik ben omgekeerd, teruggereden en het waren daarna een paar zware dagen. Want je moet dingen loslaten kwam ik toen achter en dan blijkt dat je nogal wat bagage meesleept. Dan kom je dingen tegen die misschien anders hadden gemoeten, die misschien niet hadden gemoeten. Die anders hadden gekund, denk ik en dat doet pijn als je dat herkent. Ik heb ook gehuild als een kind, niet van pijn maar van verdriet, spijt, frustratie maar uiteindelijk hoorde ik, je moet loslaten. Ik dacht, loslaten? Ik heb op dit moment al zo weinig houvast, moet ik dat nu ook nog loslaten? Maar toch, je moet het loslaten! Toen heb ik gebeden; Heer, dit is mijn last, neem hem van mij weg, en ik had rust. Rust in de kop, zoals Erik Hulzebosch dat altijd zo mooi zegt, en dat was een hele bevrijding. En vanaf dat moment had ik er vrede mee, was ik er klaar voor. Daarom sta ik hier nu.

Maar goed, je gooit toch niet alles weg, goede dingen mag je gelukkig bewaren. Daarom wil ik dank zeggen voor de dingen die ik toch heb meegekregen uit mijn jeugd, soms een plaag maar vaker een zegen. Dank zeggen voor mensen om me heen, voor alle gebeden, dingen die je zo meekrijgt, zomaar, gewoon. En voor die inspirerende plek in Frankrijk en de mensen die die plek hebben gemaakt, met Gods hulp, tot wat het is.

En nu sta ik hier, om gedoopt te worden. In de naam van de Vader die mij nabij is, van Zijn Zoon die in mijn hart is en van de Geest die in mij werkt. Amen!”

Doopgetuigenis Jelle Vriesinga – 20 september 2009
Ik ben op 14 januari 1961 in Voorschoten geboren. Mijn broer en ik zijn niet christelijk opgevoed. Mijn moeder heeft wel een christelijke achtergrond, mijn vader had helemaal niets met het christelijk geloof. In 1971 verhuisden wij naar Friesland. Mijn moeder kwam in december 2005 te overlijden. Hierna kwam ik in een diep gat. Mijn moeder was alles voor mij en ineens was ze weg. Ik hield me altijd wel met het paranormale bezig maar dit gaf mij geen troost, het gaf geen invulling aan dat grote lege gat dat er achter was gebleven. Op een keer toen ik in Valthermond op vakantie was heb ik een bezoek aan een Baptistenkerk gebracht. Het was alsof ik in een warm bad terecht kwam. Nou, fantastisch, wat was dat een fijn gevoel in die kerk. Het leek net of ik thuis was gekomen. Ik ga sindsdien, als ik naar Valthermond op vakantie ga, altijd naar die kerk en altijd word je weer heel fijn ontvangen.

Dat jaar (2006) heb ik helemaal gekapt met het paranormale. Ik ben in Leeuwarden een paar keer naar bepaalde kerken geweest maar toch miste er altijd wel iets. In 2008 stond er in het huis- aan-huisblad dat er in de Prinsentuin een openluchtdienst werd gehouden. Ik ben er naar toe gegaan en heb er de spreekwoordelijke kat uit de boom staan kijken. Op een gegeven moment kwam er iemand met een stoel aangedragen. Ik voelde mij hier ook welkom. Ja, deze dienst sprak mij dus ook weer aan. De zondag die hierop volgde ging ik op zoek naar deze kerk en had deze nog net op tijd gevonden. Sinds die zondag woon ik zeer regelmatig de dienst bij. Ja, zoals het spreekwoord luidt wie zoekt zal vinden, is dat ook voor mij uitgekomen, Ik heb niet bewust gezocht maar ik heb wel gevonden. Ik heb de Heer gevonden, de Heer die mij leidt in dit leven. Je kunt in mijn geval zegen dat hij mijn reisleider is want, hoe toepasselijk ook, op mijn vakantiereis vond ik de Heer en mijn verlosser.

Ik heb eind 2008 deelgenomen aan de alpha cursus, Wat mooi om met elkaar over het geloof te praten en er over te leren. Ik liep ook met de gedachten om me te laten dopen maar wat wist ik nu van de doop. Ik heb toen een boekje over de doop gekocht maar ja, de vragen die er dan weer bij je opkomen. Toen ik hoorde dat er een doopcursus georganiseerd werd hoefde ik er niet over na te denken om me aan te melden, ik heb meteen mijn gegevens op het foldertje gekrabbeld en na de dienst aan Erik gegeven.

Een paar dagen voor de eerste cursusavond, ik zat thuis op de bank, ineens kwam er in mij op nu moet je een datum prikken. Dit heb ik toen ook gedaan en na de eerste cursusavond vertelde ik Erik dat ik al een datum had geprikt om mij te laten dopen. We hebben in overleg een andere datum geprikt daar er tot onze blijdschap na de laatste cursusdag nog twee mensen waren die zich wilden laten dopen.

Jezus is voor mijn zonden aan het kruis gestorven en weer tot leven gekomen uit het graf. Nu laat ik mij dopen en leg al mijn zonden af in het watergraf en ga een nieuw leven beginnen. Ik ben blij dat het nu zover is en dat u er met zijn allen getuigen van wil zijn. Ik hoop een fijn nieuw leven tegemoet te gaan met mijn zusters en broeders.”